Sterilisatie/castratie hond
Onder het castreren van een hond verstaan wij het verwijderen van de eierstokken, waardoor de hond niet meer loops kan worden en geen pups kan krijgen. In de volksmond noemen we dit vaak steriliseren. Technisch is dat niet helemaal juist: bij steriliseren verwijder je geen eierstokken maar bind je ze af zoals we dat bij mensen doen. We zullen verder spreken van sterilisatie omdat dit in de praktijk hetzelfde is als castratie.
Veel hondeneigenaren vragen zich af of zij hun teefje moeten laten steriliseren/castreren of niet. Van iedereen met wie zij dit bespreken krijgen ze een ander advies. Veel fokkers zijn tegen sterilisatie, terwijl de dierenarts er op hamert dat de hond juist wel moet worden gesteriliseerd.
Wij hebben de voordelen en de nadelen voor u op een rij gezet, zodat u zelf en weloverwogen beslissing kunt nemen.
Door een teefje voeg te steriliseren daalt de kans op het ontwikkelen van een aantal veel voorkomende aandoeningen op latere leeftijd enorm. We zetten ze voor u op en rijtje.
Door de herhaalde veranderde hormoonspiegels tijdens de loopsheid krijgen veel, niet gesteriliseerde oudere teven last van baarmoederontsteking, dit kan gepaard gaan met ernstig algemeen ziek zijn en zelfs lijden tot de dood, indien het een volledig gesloten ontsteking betreft. De wand van de baarmoeder ontsteekt en in het afgesloten milieu van de baarmoeder kunnen vervolgens bacteriën een feestje gaan vieren. De baarmoeder staat vol met pus en bacteriën kunnen in de circulatie terecht komen waar zij een bloedvergiftiging kunnen veroorzaken
Een ander veel voorkomend probleem bij oudere teven is het ontwikkelen van mammatumoren, dus borstkanker. Van de teefjes die niet zijn gesteriliseerd, of pas na de vierde loopsheid zijn geholpen, zien we dit bij 25%. Bij sterilisatie voor de eerste loopsheid daalt deze kans tot 0%, bij sterilisatie na de eerste loopsheid is de kans nog 7%.
Door sterilisatie daalt de kans op het ontwikkelen van suikerziekte. Tevens voorkomt sterilisatie het ontwikkelen van schijnzwangerschap na de loopsheid.
Aan sterilisatie zijn ook wel enkele nadelen verbonden. Bij een deel van de honden verandert de stofwisseling. Ze verbranden iets minder calorieën en worden dus dikker als u de hoeveelheid voedsel niet aanpast. Daarnaast is er een klein groepje honden waarvan de vacht na sterilisatie verandert. Bij een deel van de honden is dit tijdelijk bij een ander deel van de honden gaat het om en blijvende verandering. Wilt u dus met uw hond naar en tentoonstelling dan is dit wel een punt van aandacht!
Aan u om te beslissen wat u belangrijker vindt. Het uiterlijk van uw hond heeft bij veel fokkers een hogere prioriteit terwijl aan de andere kant de dierenarts dagelijks wordt geconfronteerd met de nadelige effecten van het niet steriliseren van een hond en daarom veel meer neigt naar een sterilisatieadvies.
Wanneer u uw teefje het beste kunt laten steriliseren is afhankelijk van het ras. Over het algemeen geldt dat een hond van een klein of middelgroot ras voor de eerste loopsheid kan worden geholpen. Honden van grotere rassen hebben een grotere kans op latere leeftijd incontinent te worden door sterilisatie voor de eerste loopsheid, door een loopsheid af te wachten is de kans op incontinentie gelijk aan die bij een niet-gesteriliseerde hond.
Als u nog hier nog vragen over heeft stel ze dan gerust, dit kan u helpen een afgewogen beslissing te nemen!
Hoe vindt de operatie plaats?
Nadat uw hond onder algehele narcose is gebracht, plaatsen wij en tube in de luchtpijp voor het toedienen van zuurstof en narcosegas, waardoor de diepte van de slaap goed is te regelen. Tevens krijgt uw hond een injectie met antibiotica en een injectie met een pijnstiller.
De buik wordt geschoren en het hele gebied wordt gewassen en gedesinfecteerd. Daarna wordt het gebied afgedekt met steriele doeken.
De operatie begint doordat de chirurg een opening maakt in de buik net onder de navel, in het midden. Een van de eierstokken wordt opgezocht en aan twee kanten afgebonden en verwijderd. Vervolgens herhalen we deze procedure aan de andere kant en verwijderen we ook de tweede eierstok. Indien de baarmoeder onrustig is of te groot is verwijderen we ook deze. Vervolgens hechten we de buikwand, de onderhuid en de huid in drie lagen. We hechten in de huid dus de hond hoeft geen kraag te dragen na de tijd. Vervolgens mag de hond lekker bijkomen in onze opname.