Suikerziekte
Diabetes Mellitus, beter bekend als suikerziekte, is een aandoening waarbij het lichaam of te weinig insuline aanmaakt, of niet reageert op de door de alvleesklier afgeven insuline. Het gevolg hiervan is in beide gevallen een te hoge bloedsuikerspiegel. De oorzaak is divers. Voor de behandeling hiervan is het erg belangrijk om eventuele onderliggende oorzaken op te sporen. De suikerziekte zelf is vast te stellen door de bloedsuikerspiegel in het bloed te meten. Als deze te hoog is kan je door het meten van een ander stofje, fructosamine, bepalen of er al langere tijd sprake is van een te hoge suikerspiegel. Is dit het geval dan gaan we over tot het behandelen van de Diabetes Mellitus. Indien er sprake is van onderliggende aandoeningen worden ook deze behandeld.
De symptomen van suikerziekte bij de hond en de kat zijn (plotseling) zeer veel drinken en plassen, vermageren ondanks goede eetlust, doffe dorre vacht, sloom en teruggetrokken gedrag, op sommige momenten kan het dier zelfs afwezig lijken.
We doen dit door de hond of kat twee maal daags insuline toe te dienen middels en injectie, op vaste tijdstippen. Tevens zetten we het dier op een dieet dat voor een geleidelijke afgifte zorgt van glucose aan het bloed waardoor de bloedsuikerspiegel beter is te controleren. Dit doet de eigenaar zelf thuis. Bij het beginnen van de behandeling meten we regelmatig de bloedsuikerspiegel om te kijken of we genoeg, maar niet teveel insuline geven, dit doen we op de praktijk. Indien de patiënt overgewicht heeft gaan we tevens de patiënt proberen te laten vermageren.
Wanneer Diabetes Mellitus in een vroeg stadium wordt opgemerkt kan het nog reversibel zijn. Dat wil zeggen bij een goede en snelle behandeling kan de suikerziekte weer verdwijnen.
Soms zien we echter dat bij deze dieren de bloedsuikerspiegel ineens te laag is. We noemen dit hypoglycemie, of een hypo. Deze dieren hebben de volgende symptomen: onrust of juist een heel sloom dier, honger op onverwachte tijden, rillen, omvallen trappelen met de poten, de weg kwijt zijn of in ernstige gevallen coma.
Dit kan worden veroorzaakt doordat het dier minder of niet heeft gegeten of heeft gebraakt terwijl er normaal insuline is gegeven, door teveel beweging (een extra lange wandeling),doordat er per ongeluk te veel insuline is gegeven of soms doordat het dier ineens minder behoefte heeft aan insuline.
Wat moet u doen als uw dier een hypo heeft?
Als u een dier in huis heeft dat suikerziekte heeft kunt u er het beste voor zorgen dat u altijd druivensuiker, oftewel dextrose bij de hand heeft. U kunt dit in poedervorm in een reformwinkel kopen maar ook in de vorm van tabletten bijvoorbeeld Dextro energy, dit is in iedere supermarkt en bij ieder benzinepomp te koop en is makkelijk in een tas mee te nemen.
Als het dier nog in staat is te eten biedt dan een uw hond of kat een maaltijd aan. Wil het dier dit niet eten, geeft het dier dan druivensuiker. De dosering bedraagt 1 gram druivensuiker per kilogram lichaamsgewicht. (1 tablet dextro energy weegt 3,5 gram) Heeft u tabletten, maak deze dan fijn door ze met de bolle kant van een lepel te verpulveren of met behulp van een vijzel. Het poeder geeft u in de bek in bijvoorbeeld in de wangzak of op of onder de tong. Het wordt dan door de slijmvliezen goed opgenomen en het dier zal bijkomen uit de hypo.
Dit werkt ook bij dieren die in coma zijn!
Als het dier enigszins is bijgekomen biedt dan alsnog een maaltijd aan en herhaal dit met regelmatige tussenpozen ( iedere 1 tot 2 uur). Probeer te achterhalen waarom het dier een te lage bloedsuikerspiegel had en neem contact op met uw dierenarts.